Home arrow Schietreglement  
Sunday 05 September 2010
Schietreglement, Schuttersbond St. Gerardus PDF Afdrukken E-mail

Schietreglement,  Schuttersbond  St. Gerardus  

Artikel  1

Lid  1:    Het Bondsbestuur stelt een schietcommissie aan.

Lid 2:      De schietcommissie regelt alle zaken omrent het schieten in overleg met het bestuur.

 
Artikel  2
Iedere vereniging ontvangt van de Bondssecretaris een tijdschema.
 
Artikel  3
Lid  1:    Nadat door het Bondsbestuur controle op de opstelling van het schietmateriaal heeft             plaatsgevonden en hieraan de goedkeuring is verleend, is geen reclame meer mogelijk door deelnemers aan de schietwedstrijd. De keuring vindt plaats voor aanvang van de optocht.
Lid  2:    De deelnemende verenigingen mogen niet aan de schietbomen, aanlegpalen en spandraden komen, bij constatering zal de betreffende vereniging uitgesloten worden van verdere deelname aan de  schietwedstrijd.  ( Indien er problemen zijn aan de schietbomen, aanlegpalen of spandraden, dan dient men dit te melden bij de schietcommissie ).

Artikel  4
Lid  1:    Zijn de schutters van een vereniging 10 minuten na de vermelde tijd op hun tijdschema niet aanwezig bij de korpsboom, dan kan de schietcommissie de in gebreke zijnde vereniging van verdere deelname aan de schietwedstrijden uitsluiten.
Lid  2:    Indien een vereniging om gegronde redenen niet in staat is te schieten op het vooraf medegedeelde tijdstip, dan dient dit onmiddellijk onder opgave van redenen aan de schietcommissie te worden bekent gemaakt. De schietcommissie zal dan beslissen of en wanneer deze vereniging alsnog aan de schietwedstrijd kan deelnemen.

Artikel  5
Iedere vereniging stelt een optekenaar beschikbaar voor de naast haar schietende vereniging op die boom op dezelfde tijd. Dit geld ook voor de kaveling.

Artikel  6
Lid  1:    Na het schieten van de controleschoten gaan de schutters naar de aangewezen schietboom.     Daar overhandigen zij de federatiebewijzen aan de aanwezige optekenaar, die aan de hand van de federatiebewijzen de volgorde van schieten invult op de korpskaart.
Lid  2:    De schutters wachten hun beurt af tussen optekentafel en afrastering.
Lid  3:    De schutter mag door twee helpers worden bijgestaan. Het zestal moet binnen 20 minuten hebben afgeschoten.

Artikel  7
Lid   1:    De doorsnede van een te gebruiken regen – of zonnescherm mag niet meer bedragen dan 1.20 meter.
Lid   2:    Het scherm dient door een van de helpers zodanig worden vastgehouden dat de optekenaar de schutter onder de buks kan blijven waarnemen.

Artikel  8
Voor deelname aan de schietwedstrijd gelden de volgende voorwaarden:
Lid   1:    Als men met vier zestallen en meer deelneemt aan de schietwedstrijd, moeten de A en B zestallen met één buks schieten en de C, C1, C2, enz. gelijktijdig met een tweede buks schieten.
Lid  2:    De schutter moet op de ledenlijst van de vereniging voorkomen en in bezit zijn van een geldig wit federatiebewijs.
Lid  3:    Personen beneden 16 jaar mogen op een bondsfeest niet mee schieten.
Lid  4:    Indien bij een zestal ( A,B,C of C2  enz. ) de reserveschutters zijn genoteerd op de korpskaarten en het eerste schot van het betreffende zestal is gelost, kunnen dezelfde schutters niet meer deel uitmaken van een ander zestal. Dit geldt ook in de situatie, waarbij de op de korpskaart genoteerde schutters niet geschoten hebben in het zestal waarin zij oorspronkelijk zijn opgesteld.

Artikel  9
Lid  1:    Voor aanvang van iedere ronde van het korpsschieten is de vereniging verplicht de patronen te deponeren op de tafel van de optekenaar. Men mag alleen deze patronen gebruiken bij het korpsschieten. Het mag niet voorkomen dat de buks geladen wordt met een andere patroon.Na ieder schot dient de buksmeester de lege huls terug te plaatsen bij de optekenaar en kan dan een nieuwe patroon meenemen voor het volgende schot.
Lid  2:     Alvorens aan de schietwedstrijd deel te nemen, wordt iedere vereniging in de  gelegenheid gesteld controleschoten te lossen om de deugdelijkheid van de buks te testen.
Lid  3:     De controleschoten moeten door een en dezelfde persoon worden gelost binnen een tijdslimiet van vijf minuten. Het is ten strengste verboden op restanten van stokjes of blokjes te schieten.
Lid  4:     Aansluitend aan de gedane controleschoten moet een zestal direct  beginnen met het korpsschieten. Corresponderend met de volgorde van de schietbeurt dienen de groepen van drie blokjes van boven naar beneden genomen te worden.
Lid  5:     De deelnemende verenigingen mogen niet aan de schietbomen, aanlegpalen en spandraden komen. Bij constatering zal de betreffende vereniging uitgesloten worden van verdere deelname aan de schietwedstrijd, ( Indiener problemen zijn aan de schietbomen, aanlegpalen  of spandraden, dan dient men dit te melden bij de schietcommissie ).

Artikel  10
Lid  1:    Iedere buksmeester en iedere schutter is verplicht zorg te dragen dat het laden van de buks zodanig geschiet dat er geen gevaar voor de omgeving kan ontstaan.
Lid  2:    De buks mag alleen geladen of ontladen worden, indien zij op de aanlegpaal rust met de loopmonding in de richting van het gedeelte van de schietboom waarop geschoten moet worden.
Lid  3:    Onverminderd deze voorschriften is de persoon die de buks hanteert aansprakelijk voor eventuele ongevallen en/of beschadigingen, ontstaan tengevolge van gebrek aan zorg bij het laden en/of schieten.


Artikel  11
De schietcommissie is bevoegd controle op de patronen uit te oefenen, als zij dat nodig acht.

Artikel  12
Lid  1:    De optekenaar duidt de blokjes van waarop door de desbetreffende schutter geschoten dient te worden. Afmeting blokjes korpsschieten  1,5 x 1,5 x 1,5 cm. Afmetingen stokjes 5 x 5 mm met een lengte van 210 mm.
Lid  2:    De optekenaar beslist na ruggespraak met de schietcommissie of op de blokjes, waartegen door een schutter bezwaar wordt gemaakt, geschoten kan worden.
Lid  3:    Indien op een ander dan het aangeduide blokje geschoten wordt, geldt het schot als een misser.
Lid  4:    Een schot dat de hark of de schietboom beschadigd, ongeacht of het blokje mede geschoten wordt, geldt als misser.
Lid  5;    Indien het blokje door de betreffende schutter wordt geraakt en niet valt, mag de betreffende schutter met de buks geschouderd, zonder de buks  te ontgrendelen, één minuut wachten. Is na één minuut het betreffende blokje niet gevallen, dan wordt dit schot als misser opgetekend.

Artikel  13:
Lid  1:   Een schot wordt geacht te zijn gelost nadat de kogel de loop verlaten heeft.
Lid  2:   Eventuele mankementen aan grendel of trekkermechanisme dient de schutter of de buksmeester voor de aanvang van het schieten aan de optekenaar mede te delen. Deze is verplicht dit aan de schietcommissie door te geven, wil hierop later beroep mogelijk zijn.
Lid  3:    De optekenaar controleert dan nauwkeurig of het afgegeven schot als een gericht schot beschouwd moet worden.
Lid  4:    Een gericht schot wordt geacht te zijn afgegeven indien de schutter via  richtmiddelen kijkt en zelf het trekmechanisme bedient.

Artikel  14

Lid  1:     Bij de schietwedstrijden is het verboden buksen te gebruiken waarvan:
               1.      De loopboring kleiner is dan 16 mm of groter dan 20 mm.
               2.      Het kamersysteem niet overeenstemt met dat van hagelschotbuksen:
               3.      Optische, lichtgevende vizieren en/of lichtgevende korrels, filters en infrarood – vizieren zijn aangebracht.

Lid  2:    Toegestaan zijn;
A.      Ster-, ring-, paal-, parel-, hangende-,zwevende- en verstelbare korrels. Deze  korrels dienen van metaal te zijn. De beschermkap van de korrel mag niet anger zijn dan 60 mm en moet van metaal te zijn.
B.       Een vizier; vizierklep dient van metaal te zijn;
C.       Diopthers, waaronder worden verstaan alle via de handel betrokken diopthers met bijbehorende hulpstukken, uitgezonderd de optische ( ze mogen geen glas, filters, kunststof ect. Bevatten); zij dienen van metaal te zijn.
D.        De verlengstukken(pijpjes) aan de diopthers mogen niet langer zijn dan 50 mm. Ze mogen geen glas, filters, kunststof ect. bevatten en dienen van metaal te zijn.

Artikel  15
Lid  1:    Patronen mogen slechts gebruikt worden, die geladen zijn met volgens van de daartoe opgestelde hinderwet voorwaarden.
Lid  2:    De huls moet van messing, aluminium of van papier met messing of aluminiumbodem zijn.
Lid  3:    Het slaghoedje moet uit de (wapen)handel zijn betrokken.
 

Artikel  16
Lid  1:    Ladingsdichtheid / ladingsgewicht,
            A:        De ladingsdichtheid mag een waarde van 0,5 ( 1/2 ) niet overschrijden, moet los zijn en moet chemisch voldoen aan het type “rookzwak “.
            B:         Het ladingsgewicht van het kruit mag niet meer dan 0,65 gram ( 650 milligram ) bedragen voor buksen van kaliber 12.  Het ladingsgewicht van het kruit mag niet meer dan 0,55 gram  ( 55 0 milligram ). Bedragen voor buksen van kaliber 16.
            C:         De mondingsnelheid van de kogel mag niet meer bedragen dan 230 meter per seconde.
Lid  2:     De kogel,

            A:        De kogel moet geheel van lood zijn; het orgief moet zodanig zijn afgeknot dat het ontstane vlak tenminste  85 % van de diameter van de kogel bedraagt.
            B:         Het kogelgewicht mag niet meer dan 45 gram bedragen.
            C:         De kogel mag niet meer dan een kwart ( 1/4 ) van zijn lengte boven de hulsrand uitsteken en de huls mag niet in de kogel zijn gewurgd ( hulsrand ingedrukt in kogel ).
            D:        Bovendien is bij het schieten uitdrukkelijk verboden kogels te gebruiken waardoor de trefkans zou worden vergroot.

Lid  3:     Het slaghoedje mag niet uit zijn ligplaats kunnen vallen en mag niet buiten de hulsbodem uitsteken.
Lid  4:     Het kruit mag door het plaatsen van de kogel niet zijn opgesloten. Opsluitmiddelen voor de lading mogen niet  worden toegepast.

Artikel  17

Tijdens de gehele schietwedstrijd zal de bepaling van de HINDERWET, luidend: “Er mag niet geschoten worden door het vlak, gevormd door de as van de aanlegpalen en de as van de schietbomen” van kracht zijn.

Artikel  18
Lid  1:     Iedere vereniging, waarvan de schutters gerechtigd zijn deel te nemen aan de kaveling, wordt hiervan “ via de omroep “ in kennis gesteld. Via de omroep vernemen zij eveneens welk nummer van de schietboom en welke aanlegpaal hun is toebedeeld.
Lid  2:     Van de linkeraanlegpaal wordt gekaveld van boven naar beneden en van links naar rechts ( van buiten naar binnen ).
               Van de rechteraanlegpaal wordt gekaveld van boven naar beneden en van rechts naar links ( van buiten naar binnen ).
Lid  3:     Het kavelen geschiedt op blokjes van 1 x 1 x 1 cm.   Stokjes moeten dezelfde maat als in artikel 12, lid 1.


Artikel  19
Lid  1:     Kaveling

A:            In de kaveling dient geschoten te worden door dezelfde volgorde als  geschoten in de wedstrijd.
B:            In uitzonderlijke gevallen kan het Bondsbestuur opstelling van een of meer reserveschutters toestaan.

Lid  2:      Er wordt gekaveld met 3 schoten per schutter. Voor het bepalen van de  prijzentoekenning wordt altijd zo gehandeld, alsof de kaveling schot na schot zou zijn verlopen.
Lid  3:      Elke begonnen kavelronde wordt volledig afgeschoten, tenzij de schietcommissie anders bepaalt.
Lid  4:      Naar gelang het aantal kanshebbers op de eerste korpsprijs vermindert, kan de schietcommissie de manier van kavelen wijzigen.
Lid  5:      Er wordt niet opnieuw gekaveld, indien een prijswinnende vereniging om welke reden dan ook wordt uitgesloten.

 

Artikel  20
Lid  1:      De kaveling wordt gestopt bij een door de schietcommissie gemetenverlichtingssterkte van minder dan 50 lux. Bekendmaking geschiedt door een lid van de schietcommissie.
Lid  2:      Wordt deze lichtwaarde bereikt tijdens de kaveling dan wordt, na het beëindigen van de aangevangen ronde, de kaveling gestopt. Hierna wordt het resterende geldbedrag gedeeld.


Artikel  21
Lid  1:      Door het feit van deelname aan de wedstrijden worden deelnemende personen geacht met de inhoud van dit reglement bekend te zijn en zich hieraan onherroepelijk te onderwerpen.
Lid  2:      Aan elke vereniging wordt een exemplaar van dit reglement verstrekt.


Artikel  22
Lid  1:      Een schutter die bij de schietwedstrijd op een bondsfeest drie punten heeft afgeschoten, mag deelnemen aan het  EREKRUIS  schieten; kavelingsschoten tellen hier niet mee.
Lid  2:      Het  EREKRUIS  schieten vindt plaats op de zaterdag volgend op het laatste bondsfeest. Aanvang om 14.00 uur. Dit schieten wordt georganiseerd door een van de organisatoren van de bondsfeesten van het betreffende jaar.
                Nadat onderling overleg en loting heeft plaatsgevonden wordt de wedstrijd gehouden.

Artikel  23
Lid  1:      Ieder deelnemend lid dient tien schoten te lossen op een schiethark, welke uitsluitend is voorzien zijn van blokjes van 1 x 1 x 1 cm. Men dient te schieten van boven naar beneden en van buiten naar binnen.
                Bij de eerste misser eindigt zijn deelname; de treffers worden genoteerd.
                De schutter met het hoogst aantal treffers behaalt het  ERE – KRUIS.
                In het geval dat twee of meer schutters een gelijk aantal treffers hebben  behaald, dient te worden gekaveld. Afmeting stokjes hetzelfde als in artikel 12, lid 1.
          

Lid  2:      De eerste ronde van het  EREKRUIS  schieten wordt gestopt om 16.00 uur. Ongeacht of een vereniging te laat komt of te laat begint.  Degene die om 16.00 uur niet klaar is met de eerste ronde, valt af.

Lid  3:      Bij de kaveling voor het  EREKRUIS  schieten, wordt vanaf 19.00 uur op stokjes geschoten. Deze stokjes moeten wel zwart gemaakt zijn. Afmeting stokjes hetzelfde als in artikel 12, lid 1.

Lid  4:     Er wordt gestopt bij 50 lux. En de dag erna verder gekaveld. Aanvang 10.00 uur in overleg met de organiserende vereniging.  


Artikel  24
Het in strijd handelen met en/of niet nakomen van het gestelde in dit reglement kan uitsluiting of andere sancties door het bondsbestuur tot gevolg hebben.

Artikel  25
In alle gevallen waarin dit reglement niet voorziet, beslist het bondsbestuur als enige en hoogste instantie.

 

Alle eerdere besluiten van;

12   Novemder  1993,
11   Maart          1994,
9     Noverber     2001
12   November   2004
11   Maart          2005
4     November   2005
3     November   2006
2     Maart          2007.
zijn in dit reglement op 21 Maart  2007 verwerkt.
 
Aanvulling op het schietregelement van de Schuttersbond St. Gerardus

Bijlage  3
Besloten op de algemene ledenvergadering van 12 november 2004
Indien verenigingen met meer dan 3 zestallen willen schieten, dienen ze met een tweede geweer te schieten, op een schietboom die hun door de bonds schietmeester wordt aangewezen.
 
Bijlage    4
Besloten op de algemene ledenvergadering van 11 maart 2005
Bij het kavelen voor het ERE – KRUIS schieten, wordt vanaf 19.00 uur op stokjes geschoten. De stokjes moeten wel zwart gemaakt worden.

Bijlage   5
Besloten op de algemene ledenvergadering van 4 november 2006
De eerste ronde van het ERE – KRUIS schieten wordt gestopt om 16.00 uur Ongeacht of een vereniging te laat komt of te laat begint. Degene die om 16.00 uur niet klaar is met de eerste ronde, valt af.
Tevens wordt er bij 50 lux gestopt.  
 

Schietreglement Bijlage A: Schietinrichting

De schietinrichting dient aan de volgende voorwaarden te voldoen:

   1. Ten aanzien van de schietmaterialen, terreinbeveiliging en outillage gelden de volgende eisen:
         1. voor de schietwedstrijd op het Bondsfeest dient het aantal schietbomen en reserveharken of latten beschikbaar te zijn als door het Bondsbestuur bepaald.
         2. schietbomen moeten een hoogte hebben van 16 meter bovenkant hark.
         3. de schietbomen moeten neerlaatbaar zijn.
         4. op iedere schietboom dient een houten schietraam of hark geplaatst te zijn.
         5. de blokjes waarop geschoten moet worden, behoren vervaardigd te zijn van zacht canada – of vurenhout ( hout van de fijne spar uit noord – en oost Europa). Zij moeten bij het korpsschieten de afmetingen van 1,5 x 1,5 x 1,5 cm en bij de kaveling en het  EREKRUIS  schieten de afmetingen van 1 x 1 x 1 cm hebben. Zij moeten  een waterbestendige, goede, zwarte, doffe kleur hebben, door en door geboord zijn in  de richting van de houtdraad en vrij zij van schors en noest.
         6. de blokjes dienen aan houten pennen bevestigd te worden, waarvan de afmetingen zijn 5 x 5 x 21 cm. De pennen moeten ook vervaardigd zijn van canada – of  vurenhout en vrij zijn van schors en noest.
         7. de pennen dienen in blokjes en hark bevestigd te worden zonder hulpmiddelen. Zij dienen zodanig geplaatst te worden dat de blokjes niet loodrecht boven elkaar staan, maar wel een vlak vormen met de hark.
         8. de schietbomen worden met  3 snoeren van een goede kwaliteit draad, 1 meter beneden de hark, aan de boom en op de grond aan paaltjes bevestigt. De paaltjes dienen in de vorm van een gelijkzijdige driehoek geplaatst te zijn met de schietboom als middenpunt,  2  aan de voorzijde en  1  aan de achterzijde.
         9. de harken worden aan de buitenzijde van de bovenste dwarslat op een gelijke manier 4 snoeren aan bevestigt en ook op de grond aan paaltjes bevestigd. Ieder van de  7  snoeren moet aan een eigen paal bevestigd worden.
        10. per schietboom dienen  2  aanlegpalen te worden geplaatst, waarvan de bovenste dwarslat 2,45 meter en de onderste 2,30 meter hoog moet zijn.

   2. De aanlegpalen moeten, gemeten van voet tot voet, maximaal 10 meter van de schietboom verwijderd staan, loodrecht worden geplaatst op een onderlinge afstand van 1,60 meter. ( Dit wordt gemeten van hart tot hart ) en degelijk worden vastgezet (geschoord ). Voor dit vastzetten behoren bij elke aanlegpaal  2  paaltjes van ca, 60 cm  en  2  latten van ca. 6 x 3 x 200 cm. Het bondsbestuur kan toestemming verlenen om van de voorgeschreven maten af te wijken zonder in strijd te komen met de bepalingen in de Hinderwetvergunning.   
   3. Het gehele terrein waarop de schietbomen waarop zijn geplaatst, wordt over een lengte van de geplaatste schietbomen afgescheiden met een deugdelijke afrastering, alles op nauwkeurige aanwijzing van het Bondsbestuur.
   4. Ten dienst van de optekenaars dienen bij elke aanlegpaal een tafel en  2  stoelen beschikbaar te zijn.
   5. Tussen bedoelde tafels en afrastering dient een vrije ruimte te zijn van 2,5 meter.